Voor intramusculaire injecties zijn 5 mogelijke injectieplaatsen:
De bovenste buitenste kwadrant van de bil (de deltaspier).
Het bovenbeen.
Voor de injectie in de bil gaat u als volgt te werk:
Ga op de niet te spuiten zijde op de rand van een stoel of bed zitten met het Been van de te spuiten zijde gebogen in een hoek van 90 graden en de voet op de grond.
Maak op de bil een denkbeeldig kruis door het midden van debil.
De injectieplaats is de bovenste buitenste kwadrant.
Voor de injectie in de bovenbeenspier gaat u als volgt te werk:
Ga op een stoel of bed zitten.
Maak op de voorzijde van het bovenbeen een denkbeeldige lijn van de bovenkant van het bovenbeen richting de knie.
Maak loodrecht op deze lijn een tweede denkbeeldige lijn, die door het midden van de bovenkant van het bovenbeen loopt.
De injectieplaats is het snijpunt van deze twee lijnen.
De injectieplaats ligt ongeveer 2,5 cm onder de bovenrand van het bovenbeen.
De derde mogelijke injectieplaats is in de onderarm en
de vierde en de vijfde injectieplaats liggen in de buik.