Om te weten hoeveel pijn uw kind heeft, meet de verpleegkundige de pijn.
Hiervoor worden verschillende meetschalen gebruikt afhankelijk van de leeftijd: 0 - 4 jaar: comfortschaal.
Kinderen van 0-4 jaar kunnen zelf moeilijk aangeven waar ze pijn hebben en hoe erg de pijn is.
Daarom is observeren van gedrag en houding heel belangrijk.
Pijn kunnen ze laten zien door te huilen, een ander gezicht te trekken, te kreunen, hun lichaam te spannen of juist door heel stil te liggen.
De comfortschaal scoort op 6 punten, te weten: lichaamsbeweging, spierspanning, gelaatsspanning, huilen, alertheid en kalmte / onrustig.
Vanaf 4 jaar beginnen kinderen zelf aan te geven hoeveel pijn ze hebben.
Om pijn te meten wordt er gebruik gemaakt van een gezichtjesschaal.
Het kind wijst aan met welk gezichtje zijn/haar pijn overeenkomt.
We gebruiken voor deze kinderen de VAS score.
Dit is een meetlatje met een verstelbaar schuifje over een lijn van cijfers.
Hiermee kan uw kind aangeven hoe erg de pijn is.
De meting gaat van 0= geen pijn tot 10= ondraaglijke pijn.