Geef de cliënt informatie over incontinentie waarin wordt uitgelegd welke behandelopties er zijn en in welke volgorde die kunnen worden geprobeerd.
Houd tijdens het opstellen van een zorgplan altijd de persoonlijke wensen en voorkeuren van de cliënt in gedachten.
Overleg met de cliënt en/of mantelzorger welke wensen en voorkeuren er zijn.
Adviseer cliënten met fecale incontinentie over coping-strategieën, oftewel manieren om te leren ermee om te gaan.
Houd tijdens het monitoren van de zorg in de gaten of nieuwe medicatie is toegevoegd die mogelijk invloed heeft op de stoelgang.
Evalueer altijd de effectiviteit én impact op kwaliteit van leven van de ingezette verpleegkundige interventie(s).
Geef algemene tips en adviezen om de toiletgang en -routine te verbeteren.
Let bij cliënten met fecale incontinentie op beschadigingen of irritaties van de huid in de schaamstreek en geef adviezen om beschadiging van de huid te voorkomen.
Adviseer de cliënt bij langdurige of (risico op) chronische klachten die het dagelijks functioneren of de kwaliteit van leven verminderen – of bij klachten waardoor de zorglast stijgt – contact op te nemen met een gespecialiseerde verpleegkundige, gespecialiseerde fysiotherapeut, diëtist, huisarts of specialist voor verdere interventies en behandeling.