Voor een bloeddrukmeting thuis volgens protocol meet u gedurende vijf tot zeven dagen: ’s morgens 2 keer, tussen 6.00 en 9.00 uur, bij voorkeur direct na het wakker worden en vóórdat u uw medicijnen hebt ingenomen; ’s avonds 2 keer, bij voorkeur tussen 18.00 en 21.00 uur.
Belangrijk is dat u de metingen steeds rond hetzelfde tijdstip doet.
Zorg ervoor dat u de bloeddruk meet voor of minimaal 1 uur nadat u heeft gegeten, gedronken of gerookt, en vóórdat u uw medicijnen heeft ingenomen.
Meet de bloeddruk zittend op een stoel en leg de armen op tafel.
De stoel moet de rug goed recht ondersteunen en uw bovenarm met het manchet van de bloeddrukmeter moet ter hoogte van uw hart zitten.
De bovenarm moet bloot zijn als u de manchet er omheen doet.
Zorg ervoor dat de onderkant van de manchet 3 cm boven uw elleboog zit.
De slang, die de manchet met het apparaat verbindt, moet langs de binnenkant van uw arm lopen.
Ga zitten en ontspan ongeveer vijf minuten voordat u gaat meten.
Leg uw armen op de tafel en ga recht zitten met uw rug tegen de rugleuning.
Druk op de startknop.
Tijdens de meting: niet bewegen, uw spieren niet aanspannen, niet praten en normaal ademen.
Als de eerste meting gedaan is, wacht dan ontspannen op de tweede meting.
Na 60 seconden doet u een tweede meting, in de tussentijd blijft u rustig zitten.
Als het verschil tussen de metingen meer dan 10 mmHg is, herhaalt u deze stap.
Noteer de laatste 2 metingen.
Uw arts gebruikt het gemiddelde van deze bloeddrukken voor de beoordeling en behandeling.